Een ingekorte versie van de presentatie van Hilly op de ALV april 2025 over het kiezen
van speelgoed voor kinderen.
Een kind speelt niet om zich te ontwikkelen, maar ontwikkelt zich door te spelen
Spelen is voor een kind geen doel op zich, maar een manier om de wereld en zichzelf te
ontdekken.
In de eerste levensjaren (0-2 jaar) reageert een kind sterk op prikkels uit de
omgeving. Door te bewegen en te spelen met bijvoorbeeld rammelaars, leert het aandacht te
richten, contact te maken en plezier te beleven aan ontdekken.


Tussen 1 en 3 jaar ontdekt het kind de functies van voorwerpen. Spelen is herhalend en
motorisch: blokjes stapelen of zand scheppen. Het gaat nog niet om het resultaat, maar om het
doen zelf. Het kind onderzoekt actief zijn omgeving.
Vanaf ongeveer 3 jaar begint het kind betekenis te geven aan wat het maakt. Spel krijgt nu
meer vorm, bijvoorbeeld door iets te tekenen of te bouwen dat iets voorstelt. Ook imitatiespel
ontstaat: het kind doet na wat het ziet.


Vanaf ongeveer 4 jaar ontwikkelt het fantasiespel zich. Het kind kan nu situaties verzinnen en
speelt rollenspellen samen met anderen, zoals “vadertje en moedertje”. Het lichaam en eigen
‘ik’ worden duidelijker ervaren.
Bij 5 à 6 jaar begrijpt het kind spelregels beter. Er ontstaat belangstelling voor
gezelschapsspelen, waarbij samenwerken, winnen en verliezen een rol gaan spelen.
Door te spelen ontwikkelt een kind zich op motorisch, sociaal, emotioneel en cognitief vlak.
Spelen is groeien.
